Holocaustnamenmonument Amsterdam

Een bestuurslid van Varssevelds Belang is geattendeerd op het Holocaustnamenmonument na een voorstelling in het Borchuus.
Ruim 102.000 slachtoffers van de Holocaust krijgen 70 jaar na de Tweede Wereldoorlog een eigen monument in Amsterdam.
Door een naam te adopteren helpen we meebouwen aan dit indrukwekkende gedenkteken.

 

Ook in Varsseveld waren in de Tweede Wereldoorlog vele onderduikers en helaas hebben zij allen de oorlog niet overleefd.
Dit heeft Varssevelds Belang mede doen besluiten om bij te dragen aan dit goede initiatief voor een tastbaar gedenkteken waar alle slachtoffers zowel individueel als collectief kunnen worden herdacht. Voor nabestaanden is het van onschatbare waarde een plaats te hebben waar zij hun familieleden kunnen gedenken.

 

Miep Leneman van Varssevelds Belang heeft zich hierin verdiept zodat we een naam konden adopteren die een verbinding heeft met Varsseveld. Ze is bij de huidige bewoners van het huis van de dames Jolink op zoek geweest  en zij hebben haar geattendeerd op het boek van John Breukelaar met als titel ‘Halte Varsseveld’.  Na het zeer indrukwekkende boek  te hebben gelezen heeft ze contact gezocht met de schrijver en in samenspraak met hem besloten dat Barend Cozijn de naam is die Varssevelds Belang adopteert. Sineke is geadopteerd door John Breukelaar.

 

Wie was Barend Cozijn?
Barend Cozijn is geboren op 6 mei 1909 te Amsterdam. Hij was kleermaker en getrouwd met Liesje Groen en samen kregen ze in 1937 een dochtertje Sineke.

In 1942 besluit de familie Cozijn onder te duiken en door bemiddeling komen ze bij de dames Jolink terecht.  Hun dochtertje Sineke wordt om veiligheidsreden elders in Varsseveld ondergebracht.  De dames Jolink hadden vele onderduikers in hun huis, sommigen voor vast en anderen voor korte tijd.

Op 15 februari 1944 is Sineke samen met de boer van haar onderduikadres bij haar ouders op bezoek. De boer had een tip gekregen vanuit het verzet dat de razzia’s allicht bij hen op bezoek zouden komen. Barend en Liesje besluiten dat ze in geval van razzia hun Sineke bij zich willen hebben. Moeder Liesje is zwaar verkouden en als hun dochtertje Sineke zou gaan hoesten zou dat bij gevaar een extra risico zijn en daarom wordt besloten dat Liesje één deur verder bij de fam. Breukelaar zal slapen.
De volgende dag om 5 uur in de ochtend wordt er bij de dames Jolink drie keer gebeld, ten teken, dat het een vertrouwd persoon is. Gewend aan nachtelijke bezoekers doet één van de dames open.

In de hal ontstaat een gevecht, ingezet door Nico Gitz, één van de onderduikers, die de dames te hulp komt en de Duitser aanvalt die de dames mishandelt. Nico wordt ter plekke doodgeschoten. De joodse onderduikers, die in allerijl de schuilplaats in de kast hebben opgezocht wachten gespannen af in de hoop niet ontdekt te zullen worden. Op een gegeven moment houdt Sineke het niet meer en begint hardop te huilen en hierdoor verraadt ze alles. De Joodse onderduikers worden afgevoerd.
In het naburige huis van de fam. Breukelaar zijn de bewoners inmiddels wakker geworden en Liesje ziet hoe Barend en Sineke worden afgevoerd.

Barend overlijdt op 31 juli 1944 te Auschwitz en zijn dochtertje Sineke op zesjarige leeftijd op 6 maart 1944.

(Op de foto Barend Cozijn met dochter Sineke)

 

www.holocaustnamenmonument.nl